(thuis online bestellingen plaatsen in plaats van naar een fysieke winkel gaan)
Ik webwinkel het liefst 's avonds op de bank met een kop thee.
Mijn oma heeft leren webwinkelen tijdens de lockdown.
Veel mensen webwinkelen omdat het makkelijker is dan naar de stad gaan.
Vroeger webwinkelde bijna niemand, maar nu doet iedereen het.
We hebben dit weekend de hele zaterdag gewebwinkeld.
Wil je vanavond samen webwinkelen voor cadeautjes?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.