NEDERLANDS
🇬🇧

Weiden

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'weiden' wordt voornamelijk gebruikt in de context van veeteelt en landbouw, waarbij dieren (meestal schapen, koeien of geiten) in een weiland grazen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De boer weidt zijn schapen elke dag in het veld.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger weidden de schapen hier altijd in de lente.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De schapen hebben de hele dag geweid.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Weid de geiten voor het donker!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.