Auxiliary verb
hebben
onregelmatig sterk werkwoord (e-i-o)
Het werkwoord 'werpen' wordt vaak gebruikt in contexten van sport, spel of het verplaatsen van objecten met kracht.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik werp de bal elke dag in de tuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren wierp hij de speer verder dan ooit.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de bal ver geworpen tijdens de wedstrijd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Werp de bal niet te hard!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat hij de bal precies werpe.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.