Wijnen
VerbAuxiliary Verb
hebben
werkwoord
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in sociale en culinair contexten.
Infinitief
Ik vind het leuk om te wijnen als de zon schijnt.
Tegenwoordig deelwoord
Zij is wijnend aan het genieten van de natuur.
De wijnende kunstenaar schildert met passie.
Tegenwoordige tijd
ik
Ik wijn elke zaterdag met vrienden.
jij / je
Jij wijnen altijd zo veel als je kunt.
u
U wijnt het liefst bij een goed diner.
hij
Hij wijnt elke week een nieuwe soort wijn.
zij / ze
Zij wijnen met vrienden tijdens de vakantie.
het
Het wijnt nu het juiste tijdstip voor een toast.
wij / we
Wij wijnen wanneer we samen zijn.
jullie
Jullie wijnen altijd met stijl.
Verleden tijd
ik
Ik wijnde вчера een heerlijke wijn.
jij / je
Jij wijnde altijd de beste wijn in het restaurant.
hij, zij / ze, het
Hij wijnde een dure fles wijn op zijn verjaardag.
wij / we, jullie, u
Wij wijnden afgelopen weekend met een groep vrienden.
Voltooid deelwoord
Het glas is al gewijnd door de sommelier.
Aanvoegende wijs
Laten wij wijnen in goed gezelschap.
Gebiedende wijs
Wijn je glas en geniet van de smaken.