(dieren die in het bos of de natuur leven)
In dit bos leven nog veel wilde dieren, zoals wolven en herten.
De paarden op het eiland zijn helemaal wild en laten zich niet aaien.
De kat is bang voor wilde honden in de buurt.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(kinderen of mensen die zich niet kunnen beheersen)
De kinderen werden helemaal wild toen ze het springkussen zagen.
Na twee biertjes begon hij wild te dansen op tafel.
Het publiek ging volledig uit zijn dak en juichte wild.
De menigte werd steeds wilder naarmate de avond vorderde.
(planten of gebieden in de natuur)
Langs het fietspad staan overal wilde bloemen te bloeien.
De tuin is helemaal wild geworden sinds hij is verhuisd.
Achter het huis groeit een wilde braamstruik.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.