NEDERLANDS
🇬🇧

Zakelijk

Adjective

Attributive forms

Als je 'zakelijk' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het soms. Bij 'de'-woorden gebruik je 'zakelijke' (de zakelijke afspraak). Bij 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je 'zakelijk' (zakelijk contact).

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'zakelijk'. Bijvoorbeeld: 'De sfeer was zakelijk'.

Comparative

Als je iets wilt vergelijken, gebruik je 'zakelijker'. Bijvoorbeeld: 'Deze mail is zakelijker dan de vorige'. Je kunt ook 'zakelijker dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken.

Base form
With "dan"

Superlative

Als je wilt zeggen dat iets het meest zakelijk is, gebruik je 'zakelijkst' (na 'zijn') of 'zakelijkste' (voor een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Dit is de zakelijkste beslissing' of 'Dit voorstel is het zakelijkst'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:'Zakelijk' betekent vaak 'formeel en zonder emoties'. Het wordt veel gebruikt in de context van werk of bedrijven.
  • spelling:Let op de spelling: in de vergrotende en overtreffende trap komt er '-er' of '-st' achter het woord, maar de 'e' blijft staan (zakelijker, zakelijkst).

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.