Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'zepen' betekent het aanbrengen van zeep op iets of iemand, vaak in de context van wassen of schoonmaken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik zeep mijn gezicht elke ochtend in.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn handen grondig gezeept.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zeep je handen voordat je gaat eten!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij zeepten de auto gisteren.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.