Zeker
zeker
Adjectivevast en zeker
- vaststaand, zonder twijfelIk twijfel er niet aan dat we hun hulp nodig hebben.
- betrouwbaar, schadeloosZij is een betrouwbare vriendin die altijd helpt.
- een bepaald, vast, maar niet exact aantal of hoeveelheidIk heb een hoeveelheid geld gespaard voor de vakantie.
- ja, natuurlijk (afschuwelijken), voor zo ver ik het begrijpIk geef mijn instemming aan dit voorstel.
zeker
Pronouniets dat waar is
- met zekerheid, ongetwijfeldDe examenresultaten zijn met zekerheid correct.
- een bepaalde hoeveelheid of soortIk heb een bepaalde hoeveelheid koffie nodig om de dag te beginnen.
- dragend voor onbepaald voornaamwoordIemand wacht op jou.
zekeren
Verbbevestigen of garanderen
- de garantie of zekerheid gevenDe fabrikant geeft een garantie op de producten.
- iets veilig maken of beschermenDe leraar beschermt de kinderen tegen gevaarlijke situaties.
- een veilig gevoel gevenZij verzekert hem dat hij zijn examen zal halen.