Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
Duidt op het beschermen of garanderen van iets.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Examples
Ik hoop dat je goed verzekerd bent.
tegenwoordige tijd, indicatief