NEDERLANDS
🇬🇧

Ziekelijk

Adjective

Attributive forms

Als je 'ziekelijk' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Bij 'de'-woorden zeg je 'ziekelijke' (de ziekelijke jongen). Bij 'het'-woorden met een onbepaald lidwoord zeg je ook 'ziekelijke' (een ziekelijke gewoonte). Zonder lidwoord gebruik je 'ziekelijk' (ziekelijk gedrag).

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'ziekelijk'. Bijvoorbeeld: 'Hij is ziekelijk' of 'Het wordt ziekelijk'.

Comparative

Om te zeggen dat iets meer is dan iets anders, gebruik je 'ziekelijker'. Bijvoorbeeld: 'Zij is ziekelijker dan haar zus'. Je kunt ook 'ziekelijker dan' gebruiken om een vergelijking te maken.

Base form
With "dan"

Superlative

Om te zeggen dat iets het meest is, gebruik je 'ziekelijkst' na 'zijn' (predicatief) of 'ziekelijkste' vóór een zelfstandig naamwoord (attributief). Bijvoorbeeld: 'Hij is het ziekelijkst' of 'De ziekelijkste persoon'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:'Ziekelijk' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand vaak ziek is of een ongezonde gewoonte heeft. Bijvoorbeeld: 'Hij heeft een ziekelijke angst voor spinnen.'
  • spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'ziekelijk' een extra '-e' in attributieve positie (ziekelijkere, ziekelijkste).

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.