Zuipen
A2commonZipf 3.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zuip
Common noun/'zœyp/enkelvoud
zuipmeervoud
zuipenzuipen
Verb/'zœypən; 'zœypə/infinitief
zuipentegenwoordige tijd
zuipzuiptzuipenverleden tijd
zoopzopentegenwoordig deelwoord
zuipendzuipende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.