NEDERLANDS
🇪🇸

Douchen

VerboA1

Verbo auxiliar

hebben

hebben; refl,trans,intrans

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij

  • zij / ze

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Ejemplos

  • Ik douche elke ochtend voor het ontbijt.

    tegenwoordige tijd, aantonend

  • Hij heeft net gedoucht en staat nog met natte haren in de keuken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonend

  • We douchten na de lange wandeling in het berghotel.

    verleden tijd, aantonend

  • Douch eerst, dan kom je aan tafel!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Sigue aprendiendo

Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.