Infinitief Ik hou van de geuren van de bloemen in het park.
Tegenwoordig deelwoord De geurend koffie trekt iedereen naar de keuken.
De geurende specerijen vullen de kamer met aroma.
Tegenwoordige tijd ik
Ik geur de bloemen voorzichtig.
jij / je
Jij geurt de kruiden goed.
u
U geurt het parfum met zorg.
hij
Hij geurt het eten met specerijen.
zij / ze
Zij geurt de bloemen met haar parfum.
het
Het geurt heerlijk in de keuken.
wij / we
Wij geuren de ingrediënten in de pan.
jullie
Jullie geuren de salade met vinaigrette.
Verleden tijd ik
Ik geurden de keuken met heerlijke aroma's.
jij / je
Jij geurden vroeger de bloemen met olie.
u
U geurden de kamer met wierook.
hij
Hij geurden de soep met kruiden.
zij / ze
Zij geurden het huis met positieve energie.
het
Het geurde naar versgebakken brood.
wij / we
Wij geurden de ingrediënten dapper.
jullie
Jullie geurden altijd naar lavendel.
Voltooid deelwoord De bloemen zijn heerlijk gegeurd tijdens de lente.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat het goed geure met de verfrissing van de lucht.
Gebiedende wijs Geur alle bloemen in huis.
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.