Infinitief Ik weet niet wat ik moet ingaan voor dit project.
Tegenwoordig deelwoord De ingaande telefonen geven aan dat er iemand belt.
De ingaande berichten kwamen te laat binnen.
Voltooid deelwoord Hij is ingegaan op mijn voorstel.
Tegenwoordige tijd ik
Ik ga in een nieuw avontuur.
jij / je
Jij gaat in de zaal zitten.
u
U gaat in de rij staan.
hij
Hij gaat in zijn kamer werken.
zij / ze
Zij gaat in de nieuwe film spelen.
het
Het gaat in het boek over liefde.
wij / we
Wij gaan in de lente op vakantie.
jullie
Jullie gaan in de volgende ronde.
Verleden tijd wij / we
Wij gingen in de trein zitten.
jij / je
Jij ging in de ochtend vroeg weg.
u
U ging in dat moment rustiger met de situatie om.
hij
Hij ging in het woelige gesprek staan.
zij / ze
Zij ging in de file staan.
het
Het ging in het verhaal over een koning.
jullie
Jullie gingen in de zomer op een reis.
Gebiedende wijs Ga in de rij staan voor het concert!
Aanvoegende wijs Ik hoop dat je ga in de juiste keuze maken.
Als hij maar inga wat ik zeg!
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.