Mobiel
Formas atributivas
Als je 'mobiel' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'mobiele'. Bijvoorbeeld: 'een mobiele telefoon' of 'de mobiele werknemer'. Alleen als er geen lidwoord staat, gebruik je 'mobiel', zoals in 'mobiel internet'.
- Con articulo definido
- Con articulo indefinido
- Sin articulo
Forma predicativa
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'mobiel'. Bijvoorbeeld: 'Deze functie is mobiel' of 'Mijn leven wordt steeds mobieler'.
Comparativo
Om te zeggen dat iets 'meer mobiel' is, gebruik je 'mobieler'. Bijvoorbeeld: 'Een fiets is mobieler dan een auto in de stad'. Je kunt ook 'mobieler dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken.
- Forma base
- Con "dan"
Superlativo
Voor het 'meest mobiel' gebruik je 'mobielst' of 'mobielste'. Na 'het' of 'de' zeg je 'mobielste': 'Dit is de mobielste optie'. Na 'het' in een zin zonder zelfstandig naamwoord zeg je 'mobielst': 'Dit apparaat is het mobielst'.
- Atributivo
- Predicativo
Notas importantes
- usage:'Mobiel' wordt vaak gebruikt om te praten over dingen die je makkelijk kunt verplaatsen of gebruiken onderweg, zoals telefoons, apparaten of werk.
- spelling:In de stellende trap krijgt 'mobiel' een -e in de attributieve vorm (mobiele), behalve in het bare gebruik (zonder lidwoord).
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.