Infinitief Ik wil leren sijpelen als een professional.
Tegenwoordig deelwoord De ruwe olie sijpelend uit de leidingen.
Het water is sijpelend langs de muur gegaan.
Voltooid deelwoord De informatie is gesijpeld naar de pers.
Tegenwoordige tijd ik
Ik sijpel langzaam door de tuin.
jij / je, u
Jij sijpelt water in de plantengieter.
hij, zij / ze, het
Hij sijpelt sap uit de vrucht.
wij / we
Wij sijpelen de verf op het doek.
jullie
Jullie sijpelen olie in de pan.
Verleden tijd ik
Ik sijpelde melk in mijn koffie.
jij / je, u
Jij sijpelde het water in de emmer.
hij, zij / ze, het
Zij sijpelde de saus over het vlees.
wij / we
Wij sijpelden de informatie naar de leerlingen.
jullie
Jullie sijpelden plezier in de activiteit.
zij / ze
Zij sijpelden geheimen naar elkaar.
Aanvoegende wijs Hopelijk sijpele de informatie snel binnen.
Gebiedende wijs jij / je
Sijpel voorzichtig met de verf!
u
Sijpelt u de siroop op het ijs alstublieft?
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.