Infinitief Ik wil leren spuiten met water.
Tegenwoordige tijd ik
Ik spuit water op de bloemen.
jij / je, u
Jij spuit verf op het doek.
hij, zij / ze, het
Zij spuit een foto met haar camera.
wij / we
Wij spuiten de muren opnieuw.
jullie
Jullie spuiten de tuin voor het feest.
Verleden tijd ik
Ik spoot water op het vuur.
jij / je, u
Jij spoot een kleurenfoto tijdens de reis.
hij, zij / ze, het
Hij spoot de inkt op het papier.
wij / we
Wij spoten met de waterpistolen.
jullie
Jullie spoten de muren met graffiti.
Voltooid deelwoord De bloemen zijn gespoten met een speciale verf.
Tegenwoordig deelwoord De spuitende fontein trok veel bezoekers.
De spuitende waterstraal was indrukwekkend.
Gebiedende wijs Spuit de planten met water!
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij spuite water op de bloemen.
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.