Surfen
VerboB1
Verbo auxiliar
hebben
werkwoord
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Ejemplos
Ik surf graag in de oceaan.
tegenwoordige tijd, indicatief
Gisteren surfte ik heel goed.
verleden tijd, indicatief
Hij heeft gesurfd op een wedstrijd.
voltooid deelwoord, indicatief
Surf vaak als je kunt!
gebiedende wijs, imperatief
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.