Tram
Formas singulares
'Tram' wordt meestal gebruikt om één voertuig aan te duiden dat op rails rijdt in de stad.
- Definido (de/het)
- Indefinido (een)
- Sin articulo
Formas plurales
'Trams' wordt gebruikt als er meer dan één tram is, bijvoorbeeld: 'Er rijden veel trams in deze stad.'
- Definido (de)
- Sin articulo
Forma diminutiva
Het diminutief 'trammetje' wordt vaak gebruikt om iets schattig of klein aan te duiden, zoals speelgoed of in een informele context.
informeel
Compuestos comunes
tramhalte
Plek waar de tram stopt om passagiers te laten in- en uitstappen.
tramlijn
De route die een tram volgt.
trambestuurder
De persoon die de tram bestuurt.
tramkaartje
Een kaartje om met de tram te mogen reizen.
Combinaciones de palabras comunes
nemen
Het werkwoord 'nemen' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat je met de tram reist.
missen
'Missen' wordt gebruikt als je de tram niet op tijd haalt.
instappen
'Instappen' betekent dat je de tram binnen gaat.
uitstappen
'Uitstappen' betekent dat je de tram verlaat.
Notas importantes
- usage:In Nederland en België is 'tram' een veelgebruikt woord voor stedelijk openbaar vervoer. Het wordt vaak genoemd in combinatie met lijnnummers, zoals 'tram 4' of 'lijn 9'.
- countability:'Tram' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één tram', 'twee trams', enzovoort.
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.