Trossen
Verbo auxiliar
hebben
Trossen is een regelmatig werkwoord dat voornamelijk in de scheepvaart wordt gebruikt om aan te geven dat een schip of boot wordt vastgemaakt met een tros (touw).
Het werkwoord wordt vaak gebruikt in contexten gerelateerd aan varen, scheepvaart of maritieme activiteiten. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iets stevig wordt vastgemaakt of verbonden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Ejemplos
Ik tros de boot elke ochtend vast.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft het schip gisteren getrost.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Tros de boot goed vast voordat je weggaat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is noodzakelijk dat wij de schepen trossen voordat de storm losbarst.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.