Versmelten
Verbo auxiliar
hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor transitieve betekenissen, 'zijn' voor intransitieve betekenissen)
Sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd: e -> o)
Het werkwoord 'versmelten' kan zowel letterlijk (fysieke samensmelting) als figuurlijk (bijv. culturen, ideeën) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Ejemplos
De kunstenaar versmelt verschillende materialen in zijn sculpturen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar versmolten de twee dorpen tot één gemeente.
verleden tijd, aantonende wijs
De suiker is volledig versmolten met de boter.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Versmelt de kleuren voorzichtig op het palet.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat de teams versmelten tot één hecht geheel.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.