🇳🇱

Formas singulares

Het zelfstandige naamwoord 'week' verwijst naar een periode van zeven dagen.

Definido (de/het)
de week
"De week begint op maandag."
Indefinido (een)
een week
"Ik heb een week vrij."
Sin articulo
week
"Week na week blijft het hetzelfde."

Formas plurales

De pluralis 'weken' geeft aan dat er meer dan één week is.

Definido (de)
de weken
"De weken vliegen voorbij."
Sin articulo
weken
"Zij hebben veel weken gewerkt."

Forma diminutiva

weekje
"Ik heb een weekje vakantie."

Dit maakt het vriendelijker en informeler.

informeel

Compuestos comunes

  • werkweek

    "Een werkweek bestaat meestal uit vijf dagen."

    de week waarin je werkt

  • vijfdaagse werkweek

    "De vijfdaagse werkweek is gebruikelijk in Nederland."

    een werkweek van vijf dagen

Combinaciones de palabras comunes

  • volgende week

    "Volgende week ga ik op vakantie."

    Verwijst naar de week die volgt op de huidige week.

  • de afgelopen week

    "In de afgelopen week heb ik veel gedaan."

    Verwijst naar de week die net voorbij is.

Notas importantes

  • countability:Het woord 'week' is telbaar; je kunt zeggen 'drie weken'.
  • irregular:Geen bijzondere onregelmatigheden in de vorming van het meervoud.
  • register:In formele communicatie kan men zeggen 'week' of 'dinsdag tot vrijdag', terwijl men in informele communicatie vaak zinnen als 'Hele week' gebruikt.
  • usage:Gebruik 'week' als je het hebt over tijd, plannen of gebeurtenissen.

Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.