Zweren
Verbo auxiliar
hebben
Sterk werkwoord (met ablaut: zweer-zwoor-gezworen) en zwak werkwoord (zweerde-gezweerd). Betekenis: 1) een plechtige belofte doen, 2) zweren (van wonden).
Het werkwoord 'zweren' kan zowel letterlijk (een wond die zweren veroorzaakt) als figuurlijk (een eed afleggen) gebruikt worden. In de betekenis van 'een eed afleggen' is het vaak plechtig of formeel.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Ejemplos
Ik zweer dat ik je nooit zal verlaten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gezworen om altijd eerlijk te zijn.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zweer je dat je het niet hebt gedaan?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
De wond begon te zweren na een paar dagen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij zwoeren wraak te nemen op hun vijanden.
verleden tijd, aantonende wijs
Construi este diccionario para ser el recurso mas completo para estudiantes de neerlandes en su categoria. Las definiciones y ejemplos son generados, por lo que puedes encontrar errores ocasionales — confia en tu instinto.