🇳🇱

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • wij / we

  • jullie

  • u

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • wij / we

  • jullie

  • u

  • hij, zij / ze, het

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

  • jullie

Aanvoegende wijs

Voorbeelden

  • Ik moet boodschappen doen voor het avondeten.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Zij boodschapt vaak bij de lokale markt.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Wij boodschapte gisteren niet veel.

    verleden tijd, indicatief

  • Hij heeft alles geboodschapt voor de feestje.

    voltooid deelwoord, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.