Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de drasse grond' of 'een dras stuk grond', gebruik je 'drasse' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de drasse
- "Ik zie de drasse grond na de regen."
- Met onbepaald lidwoord
- een dras
- "Dat is een dras stukje grond."
- Zonder lidwoord
- dras
- "Die plant groeit goed in dras."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'dras': De grond is dras.
Vergrotende trap
Voor vergelijking gebruik je 'drasser' als in 'Deze plek is drasser dan dat stuk grond.'
- Grondvorm
- drasser
- "Dit is drasser dan het andere stuk."
- Met "dan"
- drassere
- "Dit stuk is drassere dan dat."
Overtreffende trap
Voor de hoogste graad gebruik je 'drast' zoals in 'Dit is de drast grond in het gebied.'
- Attributief
- de draste
- "Dit is de draste plek in de tuin."
- Predicatief
- drast
- "Deze aarde is de drast van alle."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Dras' wordt meestal gebruikt in de context van water en natte grond.
- spelling:'Drasse' is de vorm om een zelfstandig naamwoord te beschrijven.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.