Attributieve vormen
Als je zegt 'de grote hond' of 'een grote kat', gebruik je 'grote' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit laat zien dat het zelfstandig naamwoord groot is.
- Met bepaald lidwoord
- de grote hond
- "Ik zie de grote hond in het park."
- Met onbepaald lidwoord
- een grote kat
- "Hij heeft een grote kat thuis."
- Zonder lidwoord
- groot
- "Dit gebouw is groot."
Predicatieve vorm
Na 'is' of 'worden' gebruik je altijd 'groot': De boom is groot. Dit zegt iets over de boom.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'groter': Deze tafel is groter dan die tafel. Hiermee zeg je dat de ene tafel meer groot is dan de andere tafel.
- Grondvorm
- groter
- "Deze tafel is groter dan die tafel."
- Met "dan"
- grotere
- "De grotere hond speelt met de bal."
Overtreffende trap
Als je het over de grootste zegt, zoals 'de grootste', dan gebruik je dat zij de meeste groot is van alles. Bijvoorbeeld, dat is de grootste berg van Nederland.
- Attributief
- de grootste
- "Dat is de grootste berg van Nederland."
- Predicatief
- grootst
- "Die man is de grootst in zijn team."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'groot' kan voor en na een zelfstandig naamwoord gebruikt worden.
- irregular:'Groot' is een onregelmatig bijvoeglijk naamwoord met een andere vorm in de vergrotende en grootste trap.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.