🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de kakelbonte muur' of 'een kakelbonte jas', gebruik je 'kakelbonte' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de kakelbonte
"De kakelbonte muur is mooi."
Met onbepaald lidwoord
een kakelbonte
"Ik zie een kakelbonte vogel."
Zonder lidwoord
kakelbont
"Kakelbont is mijn favoriete kleur."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'kakelbont': De muur is kakelbont.

kakelbont
"De muur is kakelbont."

Vergrotende trap

Om te vergelijken gebruik je 'meer kakelbont': De zonnebloemen zijn meer kakelbont dan de rozen.

Grondvorm
kakelbont
"Deze vlag is kakelbont."
Met "dan"
meer kakelbont
"Deze vlag is meer kakelbont dan die."

Overtreffende trap

Voor de hoogste graad gebruik je 'de meest kakelbonte': Dat schilderij is de meest kakelbonte van allemaal.

Attributief
de meest kakelbonte
"Dit is de meest kakelbonte kamer."
Predicatief
de meest kakelbont
"Dat schilderij is de meest kakelbont."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Kakelbont is een specifiek woord voor een veelkleurig patroon.
  • spelling:Kakelbont is een samengesteld woord en wordt niet verbogen in de meer gebruikelijke betekenis.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.