Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de kleine kat' of 'het kleine huis', gebruik je 'kleine' voor het zelfstandig naamwoord. Het verandert meestal met het geslacht en aantal van het woord.
- Met bepaald lidwoord
- de kleine
- "De kleine kat zit op de tafel."
- Met onbepaald lidwoord
- een kleine
- "Ik heb een kleine hond."
- Zonder lidwoord
- klein
- "Het is een klein huis."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'klein': De hond is klein.
Vergrotende trap
Voor vergelijking gebruik je 'kleiner': 'Die appel is kleiner dan deze appel.' Dit laat verschil zien.
- Grondvorm
- kleiner
- "Deze hond is kleiner dan die hond."
- Met "dan"
- kleiner dan
- "Hij is kleiner dan zijn broer."
Overtreffende trap
Als je het over de kleinste hebt, gebruik je 'kleinste': 'Dit is de kleinste winkel in de stad.' Dit geeft aan dat het nog kleiner is dan alles andere.
- Attributief
- de kleinste
- "Dit is de kleinste poes van allemaal."
- Predicatief
- de kleinste
- "Deze poes is de kleinste."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'klein' houdt hetzelfde uitgang voor alle geslachten in de stellende trap: klein, kleine.
- irregular:In de vergrotende trap krijg je 'kleiner' en 'kleinste'. Dit is een regelmatige vorm.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.