Week
Bijvoeglijk naamwoordA1
Attributieve vormen
Als je zegt 'de weekse man' of 'een weekse dag', gebruik je 'weekse' vóór het zelfstandig naamwoord. 'Week' in deze vorm betekent dat iets met een week te maken heeft.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' gebruik je altijd 'week': Hij is week. Dit betekent dat iemand of iets niet sterk of stevig is.
Vergrotende trap
Als je 'weker' gebruikt, vergelijk je iets en zeg je dat het minder stevig is dan iets anders. Bijvoorbeeld, 'Dit brood is weker.'
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Bij het gebruiken van de superlatieven zeg je 'de weekste' om te zeggen dat iets de meeste eigenschappen van 'week' heeft.
- Attributief
- Predicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.