Aanrijden
Yardimci fiil
hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor het veroorzaken van een aanrijding, 'zijn' voor het ondergaan ervan)
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
'Aanrijden' kan zowel 'beginnen met rijden' betekenen als 'in botsing komen met'. De context bepaalt de betekenis.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Ornekler
Ik rij voorzichtig aan bij het stoplicht.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de fietser aangereden omdat hij niet oplette.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rij langzaam aan, het is hier glad!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als je voorzichtig aanrijdt, voorkom je ongelukken.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.