NEDERLANDS
🇹🇷

Aanrijden

FiilA2

Yardimci fiil

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor het veroorzaken van een aanrijding, 'zijn' voor het ondergaan ervan)

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

'Aanrijden' kan zowel 'beginnen met rijden' betekenen als 'in botsing komen met'. De context bepaalt de betekenis.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Ornekler

  • Ik rij voorzichtig aan bij het stoplicht.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de fietser aangereden omdat hij niet oplette.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rij langzaam aan, het is hier glad!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als je voorzichtig aanrijdt, voorkom je ongelukken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.