Het werkwoord 'aanschaffen' duidt op de actie van kopen of verkrijgen van iets.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, u
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Ornekler
Morgen ga ik een nieuwe tafel aanschaffen.
tegenwoordige tijd, indicatief
Heeft hij die boeken al aangeschaft?
voltooid deelwoord, indicatief
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.