Beffen
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Ornekler
Ja, de hond kan beffen, maar niet te veel.
tegenwoordige tijd, declaratief
Ik befte toen ik met mijn vrienden was.
verleden tijd, declaratief
Hij is beffend omdat hij zich verveelt.
tegenwoordig deelwoord, declaratief
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.