Infinitief Ik wil graag leren beren.
Tegenwoordig deelwoord De man is berend met zijn kinderen in het park.
De berende jongen lachte vrolijk.
Tegenwoordige tijd ik
Ik beer alleen in de zoo.
jij / je
Jij beert altijd als je blij bent.
hij, zij / ze, het
Hij beert een heel mooie melodie.
wij / we, jullie
Wij beren vaak samen liedjes.
Verleden tijd ik
Ik beerde laatst een verhaal aan mijn vrienden.
jij / je
Jij beerde dat boek met veel interesse.
hij, zij / ze, het
Zij beerde een keer over haar reis naar Frankrijk.
wij / we, jullie
Wij beerden samen over onze plannen.
Aanvoegende wijs Het is belangrijk dat jij bere nu wat je wilt.
Voltooid deelwoord Ik heb veel goede dingen gegeven, maar ik heb nooit echt gebeerd.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.