Bevallen
Yardimci fiil
zijn (voor de betekenis 'een kind krijgen') / hebben (voor de betekenis 'behagen')
onregelmatig werkwoord, kan zowel transitief als intransitief gebruikt worden
Het werkwoord 'bevallen' heeft twee betekenissen: 1) een kind ter wereld brengen (intransitief, met 'zijn' als hulpwerkwoord), 2) iemand behagen of bevallen (intransitief, met 'hebben' als hulpwerkwoord).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Ornekler
Zij bevalt volgende week van haar eerste kind.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het nieuwe restaurant beviel ons uitstekend.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik hoop dat de film je bevalt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij is vorig jaar van een tweeling bevallen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.