Bezorgen
Yardimci fiil
hebben
overgankelijk werkwoord (transitive verb)
Het werkwoord 'bezorgen' betekent het afleveren van iets bij iemand. Het kan ook betekenen dat iets zorgen of problemen veroorzaakt, zoals in 'Dat bezorgt mij veel stress.'
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Ornekler
Ik bezorg de boodschappen altijd op tijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij bezorgde gisteren een verrassing aan zijn vriendin.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de bloemen al bezorgd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bezorg dit pakket alsjeblieft voor vijf uur.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.