NEDERLANDS
🇹🇷

Fiets

deIsimB1

Tekil bicimleri

Het woord 'fiets' is een de-woord (de fiets). In het enkelvoud gebruik je 'de fiets' of 'een fiets'. Je kunt het ook zonder lidwoord gebruiken in informele zinnen, bijvoorbeeld: 'Ik ga op fiets.' (Dit is informeel en niet standaardtaal, maar wordt wel vaak gezegd.)

Belirli (de/het)
Belirsiz (een)
Artikelsiz

Cogul bicimleri

De meervoudsvorm van 'fiets' is 'fietsen'. Je gebruikt 'de fietsen' als je het over specifieke fietsen hebt, en 'fietsen' als je het over fietsen in het algemeen hebt. Bijvoorbeeld: 'De fietsen van mijn vrienden zijn allemaal zwart.' (specifiek) of 'Fietsen zijn duur in Nederland.' (algemeen).

Belirli (de)
Artikelsiz

Kucultme bicimi

Het diminutief 'fietsje' wordt vaak gebruikt voor kleine fietsen, vooral voor kinderen. Het kan ook een liefkozende of vertederende bijklank hebben.

informeel

Yaygin bilesik kelimeler

  • fietsenstalling

    Een plek waar je fietsen kunt parkeren.

  • fietsenmaker

    Iemand die fietsen repareert.

  • racefiets

    Een lichte fiets voor snel fietsen, vaak gebruikt door sportfietsers.

  • bakfiets

    Een fiets met een grote bak voorin, vaak gebruikt om kinderen of spullen te vervoeren.

  • e-fiets

    Een elektrische fiets die je helpt met trappen.

Yaygin kelime kombinasyonlari

  • op de fiets

    De vaste combinatie 'op de fiets' gebruik je om aan te geven dat je fietst. Je zegt niet 'met de fiets'.

  • fietsen (werkwoord)

    Het werkwoord 'fietsen' betekent 'met de fiets gaan'. Het is een regelmatig werkwoord (ik fiets, jij fietst, hij fietst).

  • fietsen huren

    In toeristische steden kun je vaak fietsen huren om de stad te verkennen.

  • fietsenstalling

    Een 'fietsenstalling' is een overdekte of bewaakte plek waar je je fiets kunt neerzetten.

  • fietsenrek

    Een 'fietsenrek' is een metalen rek waar je je fiets in kunt zetten, vaak buiten.

Onemli notlar

  • usage:In Nederland is de fiets een heel belangrijk vervoermiddel. Daarom zijn er veel woorden en uitdrukkingen die met 'fiets' te maken hebben, zoals 'fietsenstalling', 'fietsenrek', 'op de fiets', en 'fietsen huren'.
  • countability:'Fiets' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt zeggen 'één fiets', 'twee fietsen', enzovoort. Je gebruikt het niet in het meervoud als je het over fietsen in het algemeen hebt, bijvoorbeeld: 'Ik hou van fietsen.' (Hier betekent 'fietsen' het werkwoord, niet het meervoud van 'fiets'.)
  • irregular:Het woord 'fiets' heeft geen onregelmatige vormen. Het meervoud is gewoon 'fietsen' en het diminutief is 'fietsje'. Het werkwoord 'fietsen' is ook regelmatig (ik fiets, jij fietst, hij fietst).

Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.