Infinitief Ik wil leren groeten in het Nederlands.
Tegenwoordig deelwoord De man loopt groetend naar zijn vrienden.
De groetende vrouw glimlachte vriendelijk.
Tegenwoordige tijd ik
Ik groet altijd mijn buren.
jij / je, u
Groet jij vandaag de nieuwe collega?
hij, zij / ze, het
Hij groet zijn vrienden met een hand omhoog.
wij / we
Wij groeten iedereen als we binnenkomen.
jullie
Groeten jullie de gasten als ze arriveren?
Verleden tijd ik
Ik groette hem gisteren bij de winkel.
jij / je, u
Groette jij haar vorige week?
hij, zij / ze, het
Zij groette haar vrienden toen ze aankwam.
wij / we
Wij groetten iedereen op het feest.
jullie
Groetten jullie de vrijwilligers?
Voltooid deelwoord Hij heeft iedereen gegroet bij de bijeenkomst.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat jij groete aan mijn ouders.
Gebiedende wijs Groet de mensen als je binnenkomt!
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.