Hijgen
Yardimci fiil
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)
Het werkwoord 'hijgen' wordt vaak gebruikt om zware ademhaling na inspanning of opwinding uit te drukken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om spanning of verlangen aan te geven.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jullie
Ornekler
De hond **hijgt** na een lange wandeling in het park.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij **hijgde** toen ze hoorde dat ze de loterij had gewonnen.
verleden tijd, aantonende wijs
Na de sprint hebben we allemaal **gehijgd**.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Hijgend** kwam hij boven aan de trap.
tegenwoordig deelwoord, onvoltooid tegenwoordige tijd
Hoewel **hij hijge**, gaat hij toch door met de wedstrijd.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.