NEDERLANDS
🇹🇷

Klaren

Fiil

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

  • ik, jij / je, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Ornekler

  • We willen het probleem klaren.

    infinitief, indicative

  • Hij zit klarend aan zijn bureau.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Zij is een klarende auteur.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Ik ben klaar met mijn werk.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Jij klaart de klus vandaag.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Hij klaart zijn taak goed.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Wij klaren alle misverstanden.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Ik klaarde de verwarring gisteren op.

    verleden tijd, indicative

  • Jij klaarde het probleem toen ook op.

    verleden tijd, indicative

  • Zij klaarde de situatie snel.

    verleden tijd, indicative

  • Wij klaarden het debat vorig jaar.

    verleden tijd, indicative

  • Alles is geklaard voor de vergadering.

    voltooid deelwoord, indicative

  • Ik wens dat het probleem klare oplossingen heeft.

    aanvoegende wijs, subjunctive

  • Maak je klaar voor het vertrek!

    gebiedende wijs, imperative

Öğrenmeye devam et

Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.