Yardimci fiil hebben
werkwoord
gebruikelijk in de context van raam- of deurbewegingen
Tegenwoordig deelwoord Hij is luikend naar de lucht.
Zij is luikende naar de vogels buiten.
Tegenwoordige tijd ik
jij / je
Jij luiken de deuren open.
u
U luikt het luik voorzichtig open.
hij
Hij luikt het raam naar de tuin.
zij / ze
Zij luikt een beetje naar binnen.
het
Het luikt open als het wind komt.
wij / we
Wij luiken de vensters in de ochtend.
jullie
Jullie luiken de gordijnen voor de zon.
Verleden tijd ik
Ik look de deur en ging naar binnen.
jij / je
Jij loken de ramen toen het begon te regenen.
u
U lookte naar het schilderij.
hij
Hij look naar de sterren vorige nacht.
zij / ze
Zij look naar het boek dat ze had gelezen.
het
Het look naar de hemel was mooi.
wij / we
Wij loken de deuren om 10 uur.
jullie
Jullie loken de luiken toen het donker werd.
Voltooid deelwoord De deuren zijn geloken voor de nacht.
Gebiedende wijs Luik de vensters, het is koud buiten!
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij luike naar de zon.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.