Infinitief Ik wil me ontspannen na een lange dag.
Tegenwoordige tijd ik
Ik ontspan graag met een boek.
jij / je
Jij ontspant altijd snel tijdens de vakantie.
u
U ontspant beter als u buiten bent.
hij, zij / ze, het
Hij ontspant in de sauna.
wij / we
Wij ontspannen ons met yoga.
jullie
Jullie ontspannen je samen met vrienden.
Verleden tijd ik
Ik ontspande gisteren thuis.
jij / je
Jij ontspande vorige week na het werk.
u
U ontspande zich tijdens de vakantie.
hij
Hij ontspande zich in de zon.
zij / ze
Zij ontspande terwijl ze naar muziek luisterde.
het
Het kind ontspande als het speelde.
wij / we
Wij ontspanden ons op het strand.
jullie
Jullie ontspanden gisteren in de tuin.
zij / ze
Zij ontspanden na een lange werkweek.
Voltooid deelwoord Ik ben ontspannen na mijn vakantie.
Tegenwoordig deelwoord Het is een ontspannend boek.
Hij vond het ontspannende muziek.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat je je goed ontspanne van de stress.
Gebiedende wijs Ontspan je en geniet van het moment!
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.