Openen
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
wij / we
jullie
zij / ze, hij, het
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij
zij / ze
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Ornekler
Het restaurant opent morgen om 9 uur.
tegenwoordige tijd, indicatief
Zij heeft de presentatie geopend met een mooie afbeelding.
voltooid deelwoord, indicatief
Als hij opende, was het onverwachts.
verleden tijd, indicatief
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.