Tegenwoordig deelwoord De vogel is piepend in de boom.
De piepende muis was schattig.
Tegenwoordige tijd ik
Ik piep wanneer ik blij ben.
jij / je
Jij piept als een klein vogeltje.
u
U piept harder dan verwacht.
hij
Hij piept altijd vrolijk.
zij / ze
Zij piept vaak als ze schrikt.
het
Het piept als het koud is.
wij / we
Wij piepen samen in het koor.
jullie
Jullie piepen met enthousiasme.
Verleden tijd ik
Ik piepte toen ik me pijn deed.
jij / je
Jij piepte van het lachen.
u
U piepte in de telefoon.
hij
Hij piepte als een kind.
zij / ze
Zij piepte van schrik.
het
Het piepte in de wind.
wij / we
Wij piepten samen van de lol.
jullie
Jullie piepten als gekken.
zij / ze
Zij piepten van lachen.
Voltooid deelwoord Hij heeft gepiept in het spel.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.