Infinitief Ik wil raden wat je denkt.
Tegenwoordig deelwoord De kinderen zijn radend om de juiste antwoorden.
De radende groep viel op in de klas.
Tegenwoordige tijd ik
Ik raad dat je het probeert.
jij / je
Jij raadt het altijd goed.
u
U raadt het juiste nummer.
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Jullie raden vaak verkeerd.
Verleden tijd ik
Ik raadde de juiste kleur.
jij / je
Jij raadde het juiste antwoord.
u
hij, zij / ze, het
wij / we
Wij raadden de juiste keuze niet.
jullie
Jullie raadden het spel niet.
ik
Ik ried dat je het gedaan had.
hij, zij / ze, het
Zij ried de klank van de muziek.
wij / we
Wij rieden dat het tijd was.
jullie
Jullie rieden de woorden niet goed.
Voltooid deelwoord Hij heeft de puzzel al geraden.
Gebiedende wijs raad goed voordat je antwoordt.
Raadt eens wat ik heb gekocht!
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij ook raade.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.