Yardimci fiil hebben
werkwoord
Het werkwoord 'ronden' wordt vaak gebruikt in de context van het afronden van taken of presentaties.
Infinitief Wij gaan ronden maken van verschillende formaten.
Tegenwoordig deelwoord Hij is rondend door het park.
De rondende schipper heeft veel voorbijgangers.
Tegenwoordige tijd ik
Ik rond het werk deze week af.
jij / je
Jij rondt het project snel af.
u
U rondt de taak netjes af.
hij
Hij rondt het gesprek nu af.
zij / ze
Zij rondt haar verhaal goed af.
het
Het rondt de presentatie af.
wij / we
Wij ronden het werk samen af.
jullie
Jullie ronden de discussie nu af.
Verleden tijd ik
Ik rondde het examen gisteren af.
jij / je
Jij rondde het project vorig jaar af.
u
U rondde de vergadering af.
hij
Hij rondde de klus op tijd af.
zij / ze
Zij rondde haar verhaal af.
het
Het rondde de activiteiten af.
wij / we
Wij rondden het project samen af.
jullie
Jullie rondden de bespreking eerder af.
Voltooid deelwoord Het project is gerond met succes.
Aanvoegende wijs ik
Als ik meer tijd had, ronde ik het project af.
Gebiedende wijs Rond de presentatie mooi af.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.