Infinitief Ik wil schreeuwen als ik blij ben.
Tegenwoordig deelwoord De schreeuwende kinderen spelen in de tuin.
Voltooid deelwoord Hij heeft hard geschreeuwd om hulp.
Tegenwoordige tijd ik
Ik schreeuw van blijdschap.
jij / je
Jij schreeuwt te hard in de klas.
u
U schreeuwt heel mooi tijdens het concert.
hij
Hij schreeuwt als hij het spel verliest.
zij / ze
Zij schreeuwt van de pijn.
het
Het schreeuwt om aandacht.
wij / we
Wij schreeuwen voor ons favoriete team.
jullie
Jullie schreeuwen wanneer de film spannend is.
Verleden tijd ik
Ik schreeuwde toen ik de verrassing zag.
jij / je
Jij schreeuwde gisteren in de winkel.
u
U schreeuwde heel luid tijdens het evenement.
hij
Hij schreeuwde om hulp toen hij verdwaald was.
zij / ze
Zij schreeuwde van blijdschap op het feestje.
het
Het schreeuwde in de boom.
wij / we
Wij schreeuwden samen in de zaal.
jullie
Jullie schreeuwden van plezier.
Aanvoegende wijs Maak dat je schreeuwe om gehoord te worden!
Gebiedende wijs Schreeuw harder als je wilt dat ze je horen!
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.