Infinitief Ik wil graag leren hoe te suizen.
Tegenwoordig deelwoord De bladeren waren suizend in de wind.
De suizende lucht maakte het moeilijk om te horen.
Voltooid deelwoord Ik heb nog nooit zo hard gesuisd als vandaag.
Tegenwoordige tijd ik
Ik suis als ik achter de fiets aan loop.
jij / je
Jij suist nu heel hard door het huis.
u
U suist met veel enthousiasme.
hij
Hij suist altijd als hij blij is.
zij / ze
Zij suist vrolijk door de straat.
het
Het suist in de bomen als het waait.
wij / we
Wij suizen samen als een team.
jullie
Jullie suizen over de snelweg.
Verleden tijd ik
Ik suisde vorig jaar nog op de fiets.
jij / je
Jij suisde hard vorig weekend.
u
U suisde met veel plezier tijdens de wedstrijd.
hij
Hij suisde door het park.
zij / ze
Zij suisde blij langs de rivier.
het
Het suiste door het open raam.
wij / we
Wij suisden samen naar het feest.
jullie
Jullie suisden de hele weg.
Aanvoegende wijs Laten we hopen dat hij suize als een muzikant.
Gebiedende wijs Suis snel terug naar huis!
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.