Infinitief Om jouw huiswerk goed te maken, moet je hard werken. Dat is waarom wij moeten 'taken'.
Tegenwoordig deelwoord Zij is takend aan haar project voor school.
Hij was takende aan het werk terwijl het regende.
Tegenwoordige tijd ik
Ik taak nu door mijn huiswerk.
jij / je, u
Jij taakt elke dag hard in de tuin.
hij, zij / ze, het
Hij taakt met zijn vrienden in het park.
wij / we, jullie
Wij taken regelmatig voor een scholingsproject.
Verleden tijd ik
Gisteren taakte ik aan mijn rapport.
jij / je, u
Jij taakte dat project ook vorig jaar.
hij, zij / ze, het
Zij taakte de hele nacht door op haar examen.
wij / we, jullie
Wij taakten samen in de bibliotheek.
Voltooid deelwoord Hij heeft zijn huiswerk al getaakt.
Aanvoegende wijs ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Als je niet wilt verdwalen, neem dan de kaart en laat ons take.
Gebiedende wijs Taak dit boek terug naar de bibliotheek.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.