Infinitief Ik wil graag tuinen aanleggen.
Tegenwoordig deelwoord De kinderen zijn tuinend in de achtertuin.
Zij zag de tuinende mensen.
Voltooid deelwoord Hij heeft in zijn leven veel getuind.
Tegenwoordige tijd ik
Ik tuin met mijn familie.
jij / je
Jij tuin in je vrije tijd.
u
hij
zij / ze
het
wij / we
Wij tuinen samen in de tuin.
jullie
Jullie tuin en verzorgen de planten.
Verleden tijd ik
Vorige week tuinde ik in de tuin.
jij / je
u
U tuinde een paar dagen geleden.
hij
zij / ze
Zij tuinde met haar vrienden.
het
Het tuinde niet goed vorig jaar.
wij / we
Wij tuinden veel vorig seizoen.
jullie
Jullie tuinden samen voor het feest.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat je tuine zoals je wilt.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.